Inrit aanleggen

Wanneer u een in- of uitrit wilt maken bij uw bedrijf of huis, heeft u een omgevingsvergunning nodig. Wilt u de inrit verbreden of verplaatsen? Ook dan heeft u een omgevingsvergunning nodig.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning:

  • een uitweg te maken naar de weg
  • gebruik te maken van de weg, bijvoorbeeld verlaging van het trottoir
  • een bestaande uitweg te veranderen

Een vergunning kan worden geweigerd vanwege de: 

  • bruikbaarheid van de weg
  • veiligheid en doelmatig gebruik van de weg
  • bescherming van het uiterlijk van de omgeving
  • bescherming van de groenvoorziening

U mag de inrit niet zelf aanleggen. Zodra de vergunning is verleend, neemt de gemeente contact met u op over de aanleg. De kosten van de aanleg of verplaatsing zijn voor u.

Zo vraagt u een vergunning aan voor het aanleggen van een inrit:

  • Ga naar het Omgevingsloket online.
  • Doe de vergunningcheck.
  • Doorloop de aanvraag.
  • Stuur alle gevraagde gegevens mee.

De gemeente beslist binnen 8 weken na ontvangst van uw aanvraag. Deze termijn mag de gemeente eenmaal verlengen.

U kunt bezwaar maken tegen de beslissing op uw aanvraag. Doe dit binnen 6 weken. Bent u het daarna niet eens met de uitspraak op het bezwaarschrift? Teken dan beroep aan bij de rechtbank.

Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een inrit kost € 66,25.

(tarief 2019)

Als u een omgevingsvergunning aanvraagt, dan betaalt u meestal niet alleen de kosten voor de omgevingsvergunning. Vaak brengt de gemeente ook plankosten in rekening. Dit zijn kosten voor voorbereiding van en toezicht op de aanleg van voorzieningen. Bijvoorbeeld groenvoorzieningen, nieuwe wegen of het dempen van sloten. Er geldt een landelijk maximum voor plankosten. Ook is er een rekenmodel waarmee de gemeente de plankosten bepaalt.

AVG 

Als u een aanvraag of melding doet, heeft de gemeente uw persoonsgegevens nodig. De gemeente behandelt uw persoonsgegevens zorgvuldig. In de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) staat hoe de gemeente met uw persoonsgegevens moet omgaan.

De belangrijkste regels zijn:

  • De persoonsgegevens waar de gemeente om vraagt, zijn nodig voor het afhandelen van uw aanvraag of melding.
  • De gemeente registreert en verwerkt uw gegevens op een veilige, vertrouwelijke en zorgvuldige manier.
  • De gemeente gebruikt uw gegevens alleen voor het verwerken van uw aanvraag of melding (of voor iets wat daar rechtstreeks verband mee heeft).
  • Uw persoonsgegevens blijven niet langer bewaard dan nodig is voor het verwerken van uw aanvraag of melding.
  • Andere organisaties krijgen uw gegevens alleen als dit wettelijk verplicht is.
  • Als u hierom vraagt, dan vertelt de gemeente u waarvoor de gegevens nodig zijn en wat ermee gebeurt.