pageTopKampen - Verslag Bestuur en middelen 22 juni 2010

  RaadCommissiesCollege van B&WVerordeningen

Verslag Bestuur en middelen 22 juni 2010

Datum22 jun 2010
Tijd18:30
LocatieStadhuis, Burgemeester Berghuisplein 1, Kampen
Auteurgriffie
Bestuursorgaancommissie Bestuur en Middelen
VERSLAG
van de vergadering van de extra raadscommissie Bestuur en Middelen op dinsdag 22 juni 2010

Aanwezig:

Voorzitter
mw. H.M. Palland-Mulder
Commissiegriffier
dhr. J. Ringenier

Commissieleden
dhr. J.W. Schutte (CU), mevr. R.A. van der Velde (CU), dhr. W.A. van der Linde (SGP), dhr. E. Spaan (SGP), dhr. L. Bomhof (VVD), dhr. G.R. Nissink (VVD), dhr. E. Ekici (PvdA), mw. A.C. Koster (PvdA), dhr. K. van Enk (GBK), dhr. K. Knijnenberg (GBK), dhr. P.J.C. Jacobs (D66), dhr. A. van Dam (CDA), dhr. M. Klooster (CDA), mw. J.H. Jansen (GL), mw. I. van der Sloot (GL) en dhr. S. Gerlofsma (SP)

Tevens aanwezig:
dhr. B. Koelewijn, portefeuillehouder, dhr. L.G.M. van den Broeke, politie IJsselland, dhr. A. Schepers, brandweercommandant, dhr. R. Rorije, ambtenaar rampenbestrijding, mw. Y. Kleinbussink, beleidsmedewerker Openbare Orde & Veiligheid en mw. G. van Stralen, beleidsmedewerker politie IJsselland

Afwezig:
dhr. J. Witteveen (CU)


1.   Opening
 
De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Het is een soort inputbijeenkomst om te komen tot een nieuw Integraal Veiligheidsplan.
 
2.   Vragen over of naar aanleiding van de overlegde informatie over de veiligheid van de gemeente Kampen en beantwoording daarvan door de portefeuillehouder en de deskundigen
 
De heer Schutte heeft de volgende vragen:
-    Wat verwacht de portefeuillehouder van de raad? In de leeswijzer wordt een aantal concrete punten genoemd die als input voor het Integrale Veiligheidsplan kunnen dienen. Ziet de portefeuillehouder witte vlekken en zo ja welke aanvullingen kan de raad doen?
-    In hoeverre kunnen en moeten partijen zijn betrokken bij integraal beleid en in hoeverre worden externe partners, zoals een energiemaatschappij of een wegbeheerder, bij dit proces betrokken?
-    De veiligheidsparagraaf is op veel beleidsterreinen van toepassing. Is geïnventariseerd of de beleidsnota's van de gemeente Kampen op dit punt voldoen en in hoeverre deze moeten worden aangepast?
-    Het stuk is eenzijdig gericht op overlast en criminaliteit in de weekenden, met name op de
Oudestraat. Wat is de stand van zaken bij het horecaconvenant?
-    In hoeverre maakt externe veiligheid, zoals een dijkdoorbraak bij het Kampereiland, onderdeel uit van het Integrale Veiligheidsplan?
-    Hoe wordt objectieve veiligheid gemeten? Iemand uit een grote stad geeft een ander antwoord op een vraag over veiligheid dan iemand uit een plaats waar nooit iets gebeurt.
-    De politie is veel tijd en inzet kwijt aan overlast door veelplegers en hierin heeft het Openbaar Ministerie een belangrijke rol. Wat kan de raad extra toevoegen om dit in te perken?
-    De gemeente heeft bepaalde afspraken in het Masterplan Jeugd en in de evaluatie van de politie staat dat een straathoekmedewerker wordt gemist. In hoeverre wordt dit proces in de organisatie doorlopen, zodat het daadwerkelijk wordt uitgevoerd?
-    Er is al langere tijd geleden besloten dat na de oprichting van de stichting Stadswachten een brede functie voor de stadswachten zal worden ingebed. Wat is de stand van zaken?
 
De heer Gerlofsma vraagt na welke signalen brandveiligheidscontroles plaatsvinden en of deze alleen bij bedrijven via een vast protocol plaatsvinden of dat de brandweer ook wel eens wordt getipt over een mogelijk onveilige situatie in de particuliere of bedrijfsmatige sfeer. Waarschijnlijk stemt een raadsmeerderheid voor de nuloptie ten aanzien van het aantal gedoogplaatsen voor softdrugs en hij vraagt of de portefeuillehouder ook vindt dat de drugsoverlast, die volgens de veiligheidsmonitor slechts door 1% van de bevolking als overlast wordt ervaren, bij strikte handhaving van dat nulbeleid zal leiden tot een sterke toename van de overlast. Bureau Companen schetst een beeld van de veiligheidsbeleving in de gemeente Kampen op grond van een enquête onder 390 personen van 15 jaar en ouder. In de gemeente Kampen wonen ongeveer 40.000 mensen in deze leeftijdscategorie en op basis van de mening van minder dan 1% van de bevolking is een kostbaar rapport gemaakt. De portefeuillehouder liet zich eerder kritisch uit over de overdreven manier waarop processen worden gecontroleerd en hij vraagt of deze het met hem eens is dat voortaan de jaarverslagen van de politie en de brandweer genoeg handvatten bieden voor het volgen en sturen van het veiligheidsbeleid. Ten slotte vraagt hij of de portefeuillehouder de inschatting deelt dat het totale veiligheidsbeleid nog integraler kan.
 
Mevrouw Van der Sloot mist de evaluatie van het huidige beleid en ze begrijpt niet wat de relatie is met programma 2 uit de jaarrekening openbare orde en veiligheid. Ze ziet niet hoe de regierol van de gemeente is in dit integrale veiligheidsbeleid. Er moet beleid worden gemaakt op basis van objectieve en subjectieve gegevens. De veiligheidsmonitor bevat subjectieve gegevens, maar ze mist een gebiedsscan 2010 van de politie om te zien wat er objectief in de gemeente Kampen speelt. Er is toegezegd dat vroeg zou worden begonnen met het maken van een stevig beleid voor de jaarwisseling en ze wil weten wat de stand van zaken is. Ze vraagt hoe het met de preventie staat. Wat doet de gemeente aan fietsendiefstallen? Ze mist externe veiligheid. Ten slotte wil ze aandacht voor burgerparticipatie en zelfredzaamheid.
 
De heer Klooster merkt op dat het aantal vrijwilligers in Nederland afneemt en dat ook de brandweer hiermee misschien rekening moet houden. In de Verantwoording Indicatoren 2006 wordt aangegeven dat de politie gaat deelnemen aan een project om geweld binnen gezinnen te monitoren en er wordt gevraagd om cijfers aan te leveren. Hij wil weten of deze cijfers al bekend zijn. Het informatiesysteem bij rampen schijnt nog niet goed te werken en hij vraagt hoe groot dit probleem is.
 
De heer Jacobs wil meer inzicht in huiselijk geweld. Het is goed dat de raad, als de coffeeshop aan de Schoolstraat wordt gesloten, weet wat de kosten en de politie-inzet zijn bij het bestrijden van overlast in de buurt en het voorkomen dat jongeren in contact komen met dealers die ook harddrugs verkopen. Hij wil ook weten of de veiligheidspartners de garantie kunnen geven dat deze inzet daadwerkelijk kan worden geleverd. Ten slotte vraagt hij wat de kosten zijn voor de inzet van manschappen bij het alcoholprobleem in de keten en of deze daadwerkelijk kunnen worden geleverd.
 
De heer Knijnenberg zegt dat in de reader staat dat er meer geld nodig is om het veiligheidsbeleid te verbeteren, maar er komt ook een bezuinigingsronde en hij vraagt of dit kan worden toegelicht. Veel overlast komt door groepen jongeren en hij vraagt in hoeverre een link wordt gelegd tussen dit beleid en het jongerenbeleid, zodat het preventief kan worden aangepakt.
 
De heer Nissink heeft een aantal vragen:
-    Bij sociale overlast is sprake van een groep jongeren en hij vraagt of de groep die overlast veroorzaakt nader kan worden gespecificeerd, bijvoorbeeld jongeren in een keet in een bepaald tijdpad. Als dit zo is, kan het worden meegenomen in de discussie over de keten en het alcoholmatigingsbeleid.
-    Ook bij dreiging springt de groepsoverlast van jongeren eruit en hij vraagt of een bepaalde groep hiervoor verantwoordelijk is en of er een causaal verband is met de groep die in het onderdeel sociale overlast wordt genoemd.
-    Hij vraagt of er een algemene reden is waarom er fietsen worden gestolen en of een bepaalde groep daarvoor verantwoordelijk is.
-    Waarom denkt 33% van de inwoners dat een aangifte toch niet helpt?
-    Op pagina 12 staat dat jongeren samenkomen in keten om alcohol te drinken, maar jongeren gaan ook naar keten om samen te komen. Bovendien zijn ouders nauw betrokken bij een keet die vaak op privéterrein staat en hij kan zich niet voorstellen dat er bijvoorbeeld op maandagavond in een keet alcohol wordt gedronken, terwijl een ouder erbij is betrokken.
-    Hij vraag of er een causaal verband is tussen bijvoorbeeld keetjongeren en geweld tegen de politie.
-    Een belangrijk deel van de verkeersoverlast bestaat uit parkeerproblemen. Kan worden aangegeven in welke straat of parkeergelegenheid op welk dagdeel er parkeeroverlast is? Het kan gaan om bijvoorbeeld inwoners die na het werk thuiskomen of om bezoekers aan het hart van Kampen.
-    Hij vraagt of een huisbezoek significant bijdraagt aan de afname van een probleem en of, als de politie geen tijd of mogelijkheden heeft, een andere organisatie, bijvoorbeeld Tactus, dit bezoek kan afleggen. Dat kan tot een hoge doelmatigheid leiden.
 
De heer Spaan vraagt hoe wordt omgegaan met de ontwikkeling van de Hanzelijn. Hij is benieuwd of er een verband is tussen de manier waarop een gebied is ontsloten en de toe- of afname van criminaliteit. Ook wil hij weten in hoeverre de Zuiderzeehaven in het integrale veiligheidsbeleid wordt meegenomen. Er wordt terecht gewezen op het belang van een rustige jaarwisseling en hij vraagt of dit prioriteit heeft. Ten slotte wil hij weten hoe overzicht en samenhang worden geborgd.
 
Burgemeester Koelewijn verwacht dat de raad aangeeft welke witte vlekken die ziet en waaraan het college aandacht moet geven bij een nieuw Integraal Veiligheidsplan. Het Integrale Veiligheidsplan is de bril waardoor naar de eigen omgeving wordt gekeken. Het gaat over jeugd en veiligheid, maar ook over fysieke veiligheid. Iemand kan zich bijvoorbeeld zorgen maken over activiteiten bij bedrijven, transport of water. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt hoe de inwoners de veiligheid beleven en de raadsleden kunnen daaraan informatie ontlenen. Ze kunnen zien welke zaken goed lopen en welke zaken specifieke aandacht vragen. Op grond daarvan kan de raad vragen aan bepaalde zaken meer aandacht te besteden. De brandweer, de politie en de gemeente hebben altijd latent aandacht voor veiligheidsvraagstukken en voeren planmatig de acties uit het Integrale Veiligheidsplan uit. Er is een aantal punten benoemd, zoals de veiligheid rond de jaarwisseling, de veiligheid op de weg en de veiligheid rondom jeugd en integriteit en dit wordt nu opnieuw tegen het licht gehouden. Uit onderzoeken blijkt een redelijke mate van tevredenheid van de inwoners. Hij wil vooral kijken naar concrete klachten over de veiligheid bij het uitgaan en over de binnenstad. Daarbij is communicatie belangrijk. Als wordt geklaagd, wordt overlegd met de buurt en degenen over wie wordt geklaagd om tot afspraken te komen. Deze afspraken worden gericht uitgevoerd en er wordt gemeten of dit een positief effect heeft. Kampen is toe aan een concrete uitvoering in samenspraak met de directe woonomgeving. Die woonomgeving wordt ook betrokken bij de resultaten en afhankelijk van de effecten worden verdere stappen gezet. Beleidsmatig is alles goed op orde, er is op veel punten winst geboekt, maar er moet worden ingezet op enkele concrete klachten in een bepaalde buurt. In het Integrale Veiligheidsplan wordt niet alleen naar de gemeente gekeken, maar ook naar de politie, de brandweer en externe partners, zoals hulpverleners en psychiatrische ziekenhuizen. Bij huiselijk geweld helpt alleen repressief optreden niet als er geen adequate hulpverlening omheen is georganiseerd. In een Integraal Veiligheidsplan worden al deze actoren in beeld gebracht en worden concrete afspraken gemaakt over wie wanneer nodig is, zodat de hulp op het goede moment wordt gegeven.
 
De heer Schutte vraagt of externe partijen een extra onderdeel van het Integrale Veiligheidsplan zijn.
 
Burgemeester Koelewijn wil bij ieder thema een soort schema leveren met daarin de aard van het probleem, hoe dit moet worden opgelost, welke actoren erbij zijn betrokken en een link naar de programmabegroting met daarin SMART geformuleerde indicatoren. In de jaarrekening wordt aangegeven wat de stand van zaken is. Om grip op bijvoorbeeld winkeldiefstal te krijgen is het eerste doel dat winkeliers aangifte doen. Het streven is om zo veel mogelijk met indicatoren te werken, de gemeenteraad te rapporteren over de haalbaarheid van de indicatoren en eens per vier jaar met een Integraal Veiligheidsplan te komen, zodat de raad kan aangeven of ergens anders meer nadruk op moet komen. In verband met de bezuinigingen moet dan worden gekozen. Het is niet de bedoeling dat de raad de rapporten actualiseert, maar dat die accenten legt.
Als de raad zich zorgen maakt over bijvoorbeeld waterveiligheid of de Hanzelijn, moet die dit nu noemen, maar als de raad vindt dat het een zaak van het waterschap is, wordt het hier buiten beschouwing gelaten. Er is aandacht voor veelplegers. Als een veelpleger vrijkomt, wordt de politie hierover geïnformeerd en brengt die een bezoek aan hem of haar. In dit plan worden verbanden gelegd tussen het Masterplan Jeugd, het jongerenwerk en het ketenbeleid. De stadswachten krijgen een bredere functie. Ze verlenen al hand- en spandiensten bij bijvoorbeeld evenementen en ze worden voor meer overtredingen ingezet dan tot nu toe het geval is. Hij wil nu niet de discussie voeren over sofdrugs en overlast, hij heeft er in de lokale driehoek over gesproken en deze thematiek komt in september a.s. in de raad aan de orde. Het rapport van Companen is een representatief rapport. Het kost tussen de € 4.000,00 en € 5.000,00. In het rapport van de politie staan harde cijfers over de inzet en de klachten, maar voor de subjectieve beleving van veiligheid moeten andere onderzoeken worden gedaan. Dit gebeurt steeds meer landelijk om met zo min mogelijk kosten zo veel mogelijk relevante informatie te krijgen die ook nog tussen gemeenten kunnen worden vergeleken. Er wordt volop gewerkt aan de jaarwisseling. Er is een stuurgroep en een werkgroep Jaarwisseling en in september a.s. komt er een rapportage van de werkgroepen en de stuurgroep. Hij wil al voor de herfstvakantie van 2010 een statement afgeven over hoe de gemeente tegen de komende jaarwisseling aankijkt. De betreffende jongeren worden nu al actief betrokken bij de te nemen maatregelen. Burgerparticipatie en zelfredzaamheid zijn erg actuele thema's, er worden meer verantwoordelijkheden bij de burger gelegd. Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de kwaliteit van de brandweer, maar de effectiviteit hiervan valt tegen en daarom wordt gekeken welke maatregelen inwoners zelf kunnen nemen om zichzelf te beschermen. Het is een goed moment om dit een plek te geven in het nieuwe Integrale Veiligheidsplan. Externe veiligheid wordt ook gemist omdat dit in het verleden een zeer prominente rol had. Na de Enschederamp is veel energie gestoken in onderzoek naar bijvoorbeeld hoe de activiteiten van verschillende bedrijven zich tot elkaar verhouden, er zijn afstandstabellen en er worden risico's van de ruimtelijke ontwikkeling ingeschat. Dit is al zo ingebed in het dagelijks denken, dat het nauwelijks in een Integraal Veiligheidsplan hoeft te worden benoemd. De heer Klooster heeft gelijk dat informatiesysteem moeten werken. De juiste vragen moeten worden gesteld en de systemen moeten dit ondersteunen en dat was in de afgelopen periode niet altijd het geval. Er was een computerstoring waardoor er relevante informatie ontbreekt. De heer Jacobs waardeert de informatie over huiselijk geweld.
 
De heer Jacobs heeft niet gezegd dat hij dit waardeert, hij wil meer inzicht hebben in de aanpak.
 
De voorzitter merkt op dat de vraag was of er cijfers over huiselijk geweld bekend zijn.
 
Burgemeester Koelewijn zegt dat er een probleem was met het registratiesysteem en het nu beter wordt. Er wordt in december a.s. teruggekomen op de kosten van de politie-inzet bij overlast als gevolg van de sluiting van de coffeeshop. Als de coffeeshop is gesloten, wordt de vinger aan de pols gehouden en wordt goed gekeken in hoeverre overlast ontstaat. De politie heeft niet genoeg capaciteit om er iets aan te doen en daarom moet de gemeente er iets aan doen door bijvoorbeeld BOA’s in te zetten. Hij zal in september a.s. de ruimte vragen om over voldoende capaciteit te beschikken ook al is daarvoor geen krediet.
 
De heer Jacobs vraagt of de burgemeester kan aangeven in hoeverre dat zich verhoudt tot het IVP.
 
Burgemeester Koelewijn hoopt dat er bij sluiting van de coffeeshop geen overlast ontstaat, maar hij houdt er wel rekening mee.
 
De heer Jacobs zegt dat het te laat is als onvoldoende menskracht wordt ingezet en wordt gewacht op signalen van de bevolking. Het is goed om een soort flankerend beleid naast het nuloptiebeleid te hebben.
 
Burgemeester Koelewijn rekent ook op en de bevolking. Klachten zijn signalen dat er iets aan de hand is en dan kan over maatregelen worden nagedacht.
 
De heer Jacobs zegt dat de burgemeester dan met genezen bezig is en dat voorkomen beter is dan genezen.
 
De voorzitter zegt dat de vraag was of het invloed heeft op het IVP. Dit is er een onderdeel van.
Burgemeester Koelewijn geeft aan dat alles met elkaar samenhangt. Er moet een analyse van de problemen komen en daarna moet een keuze ten aanzien van de inzet van de middelen worden gemaakt en moet het tegen andere zaken worden afgewogen. Er is een link met het jongerenbeleid. De groepen jongeren die overlast en dreiging veroorzaken, zijn bekend bij de politie en het jongerenwerk. Het streven is om de inwoners het gevoel te geven dat een aangifte wel helpt. Het blijkt dat inwoners niet terughoren wat wordt gedaan met hun aangifte of melding en daarin valt nog een slag te maken. Keten zijn ook een sociale ontmoetingsplek en niet in alle keten wordt gedronken, maar als er te veel wordt gedronken, moet daar aandacht voor zijn. Als burgers klachten hebben over bijvoorbeeld de snelheid van het verkeer, kunnen ze dit melden en dan wordt gemeten hoeveel er wordt gereden, met welke snelheid en wanneer er te snel wordt gereden. Er kan dan worden vastgesteld of er maatregelen moeten worden getroffen of dat het om steeds dezelfde mensen gaat die op hun gedrag kunnen worden gewezen. In Deventer worden jongeren die te veel hebben gedronken door de politie thuisgebracht en ze kunnen ontkomen aan strafrechtelijke vervolging als ze samen met hun ouders een cursus volgen over hoe met alcohol moet worden omgegaan. Deze cursus is effectief, maar arbeidsintensief. De Hanzelijn biedt niet alleen kansen maar ook bedreigingen en dit wordt meegenomen. Hij gaat na of er een verband is tussen criminaliteit en de ontsluiting, maar hij heeft geen aanwijzingen dat dit zo is.
 
De heer Van den Broeke zegt dat er een integrale aanpak van veelplegers is. Een veelpleger blijft een aantal dagen in verzekering. Afhankelijk van wat hij heeft gedaan wordt hij voorgeleid aan de rechter-commissaris en de tenuitvoerlegging van de straf volgt direct daarna. Als hij weer in vrijheid wordt gesteld, wordt hij overgedragen aan zijn zorgkader en dan komt ook de politie in beeld. Er wordt een daderagent aan de veelpleger gekoppeld, deze legt een huisbezoek af en stemt af met het zorgkader waarom dit een veelpleger is geworden en welke randvoorwaarden ervoor kunnen zorgen dat hij in de toekomst geen veelpleger meer is. Er is structurele begeleiding en opvolging en er is vanaf 2008 een afname van het aantal veelplegers te zien. Het aantal fietsendiefstallen ligt al jaren op hetzelfde niveau. Er wordt om verzekeringstechnische redenen vaak aangifte gedaan van fietsen jonger dan drie jaar. Oude fietsen worden ook gestolen, maar daarvan wordt vaak geen aangifte gedaan. Fietsendiefstal vindt vaak plaats in de binnenstad, bij het station, bij de Buitenwacht of bij uitgaansgelegenheden. De politie probeert preventief te werken in samenwerking met de netwerkpartners, bijvoorbeeld met de gemeente in de vorm van stadstoezicht. Er worden mensen uit de Randstad ingezet die kunnen zien wat een gestolen fiets is en hiermee worden goede resultaten geboekt. Daarnaast doet stadstoezicht veel aan preventie door mensen op te wachten die hun fiets niet op slot zetten en door kaartjes uit te delen. Er is ook contact met fietsenmakers die bij een reparatie kijken welk slot erop zit. Fietsendiefstal zal echter altijd blijven bestaan en als fietsen in een busje worden meegenomen naar de andere kant van het land, zijn ze erg moeilijk te traceren.
 
Mevrouw Van Stralen zegt dat de gebiedsscan nog niet bij de stukken zit omdat deze in april jl. is opgesteld. In maart 2010 heeft het regionale college besloten om de manier waarop de gebiedsscan, waarmee het bestuur jaarlijks wordt geïnformeerd over criminaliteit en overlast, wordt opgesteld aan te passen. Eens per vier jaar wordt er een uitgebreide scan gemaakt en in de tussenliggende jaren is er een update, waarbij wordt gekeken of het geschetste beeld nog actueel is en vanaf 2010 wordt op de veranderingen ingezoomd. Er zijn geen betrouwbare cijfers over 2009, maar er zijn gesprekken met de wijkagent gevoerd om een betrouwbaar beeld van overlast en criminaliteit te kunnen schetsen. In 2007 en 2008 was er een daling van het aantal woninginbraken tot gemiddeld 83 misdrijven per jaar, maar in 2009 is het aantal woninginbraken gestegen. Evenals in de voorgaande jaren vonden de meeste inbraken plaats in Kampen-West en het centrum. Ook de wijk De Maten springt eruit, in eerdere jaren vonden daar minder woninginbraken plaats dan in 2009. Bij voertuigcriminaliteit wordt verwacht dat de dalende trend van de afgelopen jaren zich heeft doorgezet. Het aantal autokraken en autodiefstallen vindt verspreid over de hele gemeente plaats. Er worden gemiddeld 280 tot 300 fietsen gestolen en dit zijn vooral nieuwe fietsen. Tot 2008 waren er gemiddeld jaarlijks 66 misdrijven en ze verwacht op basis van informatie van de wijkagent dat het aantal bedrijfsinbraken in 2009 licht is gestegen. Deze stijging komt vooral door diefstal bij sportgelegenheden en scholen. Het aantal gewelddelicten is in 2009 gestegen. Er waren vooral meer zware incidenten zoals mishandelingen. Er is een analyse gemaakt van het uitgaansgeweld en vanaf 2007 stijgt het uitgaansgerelateerde geweld. Er vinden jaarlijks op uitgaansavonden gemiddeld 360 incidenten plaats. Er is een verschuiving te zien in het soort incidenten. Er is 7% meer geweldsdelicten en vernielingen en overlast daalt met gemiddeld 5%. De meeste incidenten vinden zaterdagnacht plaats met een piek rond de sluitingstijden tussen 3.00 en 5.00 uur.
Het geweld concentreert zich op het stationsplein, in het centrum en bij de Flevoweg en de verdachten zijn vooral jongeren tussen 15 en 29 jaar. Er is in 2009, om het uitgaansgeweld te beteugelen, op vrijdag- en zaterdagnacht extra capaciteit beschikbaar gesteld in de vorm van bikers en arrestantenverzorgers. Ze verwacht dat deze inzet leidt tot een stabilisatie of afname van uitgaansgeweld. Tot juni 2010 is een afname van het aantal geweldsdelicten te zien en ze hoopt dat de ingezette lijn leidt tot een afname. In voorgaande jaren is vooral gerapporteerd over overlast door jeugd, burengerucht en verkeersoverlast. In 2009 bleven jeugdoverlast en uitgaansgerelateerd geweld belangrijke punten en overlast bij de jaarwisseling is hieraan toegevoegd. Er zijn in 2010 vier aandachtspunten. De aanpak van de jeugdoverlast wijkt weinig af van wat is beschreven in de gebiedsscan 2009. Bij uitgaansgerelateerde overlast streeft de politie naar betere afspraken met vooral horecagelegenheden.
 
De heer Bomhof vraagt of ze een convenant bedoelt.
 
Mevrouw Van Stralen bedoelt o.a. een convenant. De politie heeft geadviseerd het verkooppunt van softdrugs in de Schoolstraat te behouden omdat dit conform het beleid van politie en justitie. De politie is in de huidige situatie in staat de overlast in te perken en de angst bestaat dat bij sluiting de overlast zich verspreidt. In de lokale driehoek is uitvoerig gesproken over de jaarwisseling waarbij o.a. burgerparticipatie en afspraken over carbidschieten aan de orde kwamen. De jaarwisseling krijgt de nodige aandacht en in 2010 wordt een aantal zaken goed aangepakt.
 
De heer Schutte vraagt wat de politie vindt van spreiding van sluitingstijden, zodat bijvoorbeeld jongeren onder de 18 jaar voor 1.00 uur uit de horeca moet zijn. Op deze manier is er een scheiding in leeftijd en alcoholgebruik en komen minder mensen tegelijk op straat. Hij vraagt of er gesprekken zijn geweest met gemeenten die dit beleid voeren om te horen of dit heeft geholpen bij de bestrijding van overlast.
 
De heer Van den Broeke zegt dat als er een sluitingstijd is, veel mensen tegelijkertijd op straat komen en als de sluitingstijden zijn gefaseerd er de hele nacht mensen op straat staan. De politie staat open voor alle opties om het veiliger te maken op straat, maar het moet haalbaar zijn, er moet draagvlak voor zijn en het moet passen in het Integrale Veiligheidsplan. Als dit wordt onderzocht, zal de politie daaraan meewerken. Er zitten pluspunten en minpunten aan en deze moeten goed tegen elkaar worden afgewogen.
 
De heer Schepers zegt dat de gemeente een handhavingsprogramma kent waarvan jaarlijks een jaarprogramma wordt gemaakt en waarin thematisch de accenten staan beschreven. Ook brandveiligheidscontroles worden daarin meegenomen. Verder melden externen vermeende onveiligheid en komt de brandweer in de praktijk onveilige situaties tegen. Er zijn minder dan tien externe meldingen per jaar. Hij maakt zich geen zorgen over het aantal brandweervrijwilligers. In Kampen zijn ongeveer 70 vrijwilligers en bij een recente wervingsactie waren 25 geïnteresseerden voor 5 plaatsen. IJsselmuiden kent zelfs een wachtlijst. Vroeger bleven brandweermensen dertig jaar, maar de verwachting is dat de nieuwe instromers na vijf tot acht jaar stoppen, waardoor er een hogere doorloop van vrijwilligers ontstaat.
 
Mevrouw Kleinbussink zegt dat het veiligheidsbeleid is verouderd, het gold tot 2008, maar dat dit wil niet zeggen dat de thema's niet meer actueel zijn. Sinds 2008 zijn er nieuwe ontwikkelingen geweest zoals:
-    Het project 'Meer dan een biertje' in samenwerking met de politie en Tactus.
-    Het keurmerk 'Veilig ondernemen' voor vier bedrijventerreinen. Drie bedrijventerreinen zijn op 21 juni jl. gehercertificeerd en dit gebeurt voor Haatland waarschijnlijk in 2011.
-    Nazorg aan ex-gedetineerde veelplegers. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om werk, inkomen en identiteitspapieren. Dat is uitbesteed aan het Beleidsoverleg Moeilijk Plaatsbaren (BOMP) omdat deze veel kennis hebben van deze groep.
-    Er is voor diverse plekken cameratoezicht in ontwikkeling.
-    Er is bijgedragen aan het bikersteam van de politie.
-    Er is veel geïnvesteerd in het netwerken met verschillende partners.
Er zijn ook dingen niet gedaan:
-    Er is nog niet begonnen met het Veiligheidshuis. Dat is een instituut waarin preventie en repressie met diverse partners aan elkaar worden verbonden.
-    Er is aan de politie en de woningcorporatie gevraagd om te kijken of er in Kampen buurtbemiddeling kan worden ingevoerd, maar de kosten daarvan waren te hoog.
-    Ex-gedetineerde veelplegers is de enige groep die nazorg krijgt, het geldt niet voor alle ex-gedetineerden. Er is in het grotestedenbeleid geld voor nazorg voor alle ex-gedetineerden die terugkeren naar hun oude woonplaats, maar Kampen hoort daar niet bij. Kampen vindt veelplegers de belangrijkste groep en legt het accent daarop.
-    Er is geen keurmerk Veilig Wonen. Er is nog niet zolang geleden een nieuw bouwbesluit in werking getreden en dit bevat regels die goed genoeg zijn om de veiligheid van nieuwe huizen te waarborgen.
Ze heeft ook naar de verkiezingsprogramma's van de verschillende partijen gekeken en daarin stonden veel thema's die ambtelijk ook leven, zoals preventie, wijkgericht werken, geweld, en cameratoezicht. Dit zijn bouwstenen voor het nieuwe veiligheidsbeleid. Verder hecht ze aan de veiligheidsmonitor omdat daaruit blijkt dat wat de burgers belangrijk vinden bij de gemeente bekend is. Ook zijn de objectieve gegevens van de politie belangrijk.
 
De heer Rorije zegt dat regionaal planvorming plaatsvindt met Enexis. Er is een prioriteitenlijst opgesteld, bijvoorbeeld over hoe op stroomuitval wordt geanticipeerd. Er wordt gewerkt aan een nieuw informatiesysteem bij rampen. Alle betrokken partijen beschikken hiermee bij een ramp tegelijk over dezelfde informatie. Hij verwacht dat dit in 2011 operationeel is.
 
De heer Jacobs krijgt de indruk dat keurmerk Veilig Wonen vooral nieuwbouw betreft, maar hij wil ook kijken naar bestaande bouw.
 
Mevrouw Kleinbussink antwoordt dat nieuwbouwwijken onder een relatief nieuw bouwbesluit vallen, waardoor de veiligheid is gewaarborgd door de manier van bouwen. Veiliger wonen in de oudere wijken is een bouwsteen voor het integrale veiligheidbeleid.
 
3.       Het leveren van input door de commissieleden voor het op te stellen IPV
 
De heer Jacobs wil nadat de coffeeshop is gesloten, inzetten op de bestrijding van overlast van dealen in wijken. Hij wil de overlast kwalitatief en kwantitatief meten. Er kan bijvoorbeeld in september 2010 een nulmeting zijn. Als dit niet in het IVP kan, wil hij dit later kracht bij zetten met een motie.
 
De voorzitter wijst erop dat het Integrale Veiligheidsplan een beleidsplan is voor de komende vier jaar en dat de raad nu accenten kan aangeven.
 
De heer Jacobs vindt dat een nota voor vier jaar goed moet zijn onderbouwd.
 
De voorzitter stelt vast dat het accent van de heer Jacobs het bestrijden van overlast in de wijken is.
 
De heer Jacobs beaamt dit. Daarnaast wil hij sterk monitoren op wat er gebeurt. Hij wil niet wachten op klachten, maar proactief optreden. De nadruk moet liggen op inbraken, de aanpak van uitgaansgeweld, alcoholgebruik in de keten en huiselijk geweld. Het keurmerk Veilig Wonen, is niet alleen belangrijk vanuit inbraakperspectief, maar ook vanuit het perspectief van brandveiligheid.
 
De heer Klooster wil extra aandacht voor uitgaansoverlast en cameratoezicht, burgerparticipatie en communicatie tussen de verschillende partijen, monitoring van huiselijk geweld en terugkoppeling naar het beheer van de openbare ruimte omdat een nette openbare ruimte overlast voorkomt.
 
Mevrouw Koster vindt alles wat in het plan staat belangrijk, maar ze legt het accent op overlast en jongeren, huiselijk geweld, uitgaansoverlast, alcohol en drugs en verkeersveiligheid. Ze ziet weinig terug over voorlichting over alcohol en drugs op basisscholen en middelbare scholen. Het is belangrijk om al op de basisschool voorlichting te geven over tabak omdat roken een indicatie is voor later softdrugsgebruik. Ze wil weten of er genoeg publiciteit is geweest over het feit dat het kan worden gemeld als er te hard wordt gereden in de buurt. Er komt meer ambulant jongerenwerk en ze wil dat er vooral wordt ingezet op jeugd- en sociale overlast. Er is een verschil in beleving en daadwerkelijke problematiek. Er zijn mensen die liever niet door het park lopen omdat er groepen jongeren staan, terwijl dit aardige jongeren zijn.
Ze oppert om bijvoorbeeld de maatschappelijke stage te gebruiken om jongeren en ouderen meer bij elkaar te brengen. Als een oudere dan een groep jongeren ziet en een van hen kent, hoeft er geen angst te zijn. Ze is blij met de vorderingen bij het cameratoezicht en ze hoopt dat dit nog in 2010 plaatsvindt. Ook is een lik-op-stukbeleid bij uitgaansgeweld belangrijk en wil ze de bikers laten doorgaan en dit indien mogelijk uitbreiden. Ze stelt voor om op het punt van de terugkeer van ex-gedetineerden aan te sluiten bij de aanpak van de gemeente Zwolle.
 
De heer Schutte sluit zich aan bij de woorden van de portefeuillehouder dat er in Kampen al veel gebeurt aan het verbeteren van de sociale cohesie en het wijkgericht werken. Kampen scoort goed in de veiligheidsmonitor. Het integrale veiligheidsbeleid moet geen papieren tijger worden, maar het moet vooral zichtbaar en effectief voor de burgers zijn, zodat die meer vertrouwen in de overheid, de politie en de hulpverlening krijgen. De huidige veiligheidsthema's zijn voor de komende vier jaar leidend, al moet op uitvoeringsniveau een actualisatie plaatsvinden. Hij legt het accent op het uitgaansgeweld en de preventie van alcohol en drugs. Hij wil dat wordt onderzocht of bijvoorbeeld spreiding van de sluitingstijden een bijdrage levert aan de veiligheid in het uitgaansleven en om het alcoholgebruik onder de jeugd terug te dringen. Hij wil extra focus op externe veiligheid bij nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld bij de aanleg van de Hanzelijn, maar er kunnen ook andere veranderingen zijn waarop bijvoorbeeld rampenplannen moeten worden geactualiseerd. Hij wil in september a.s. terugkomen op de drugsoverlast.
 
De heer Gerlofsma wil wat goed is, laten blijven, wat beter kan, vervangen en wat ontbreekt, toevoegen. De nota uit 2005 was een goede aanzet en is op veel punten nog niet achterhaald. Een zin als "Versterking van de sociale cohesie is een voorwaarde voor een succesvol beleidsplan" is hem uit het hart gegrepen en deze vaststelling moet onderdeel van de nota blijven. Ook het stimuleren van de zelfredzaamheid kan zijn goedkeuring wegdragen. Ondanks of door alle moderne hulpmiddelen, is er een trend naar steeds minder zelfredzaamheid, bijvoorbeeld de gestrande weggebruiker met een TomTom die bij pech niet aan de ANWB kan vertellen waar hij is. Het jammer dat er een eenzijdige focus is op de preventieve kant van veiligheid. Het gaat om het verminderen van menselijk leed en het behoud van zo veel mogelijk mensenlevens en hij mist een beschouwing over het permanent verbeteren van de inzet van hulpdiensten. Dat is voor de SP een accent. De gemeente kan voorwaarden scheppen voor een verbetering. Hij denkt hierbij aan aanrijtijden maar ook aan andere zaken rondom adequate hulpverlening. De prioriteiten moeten ook naar de mate van dreiging worden aangegeven omdat het anders mogelijk is dat huiselijk geweld en hangjongeren als gelijkwaardig worden gezien en dat is niet het geval. De veiligheidsnota moet nog integraler. De nota gaat alleen over politiegerelateerde zaken, maar ook brand- en rampenpreventie horen in de veiligheidsnota. De bestaande meldlijn kan door burgers ook worden gebruikt om te melden wat iemand thuis, in gebouwen of op straat ziet gebeuren.
 
Mevrouw Van der Sloot is blij met de toezegging van de portefeuillehouder dat de begroting, de indicatoren en het integrale veiligheidsbeleid op elkaar worden afgestemd zodat in de Berap is te zien wat de stand van zaken is. Het Integrale Veiligheidsplan moet in ieder geval drugs, jeugd, jaarwisseling, handhaving, preventie en wijkveiligheid behandelen. In de veiligheidmonitor wordt bij verloedering als meest hinderlijk de hondenpoep en overlast door te hard rijden genoemd en als dit de veiligheidsproblemen van Kampen zijn, heeft Kampen eigenlijk geen problemen, maar dit moet wel zo blijven. Ze hecht veel waarde aan het monitoren van onveiligheidgevoelens en er moet prioriteit worden gegeven aan hangjongeren in de binnenstad, in uitgaansgebieden en bij het station. Ze vraagt of er voor het nieuwe station een veiligheidstoets plaatsvindt, zodat dit niet het verloederde gebied van de toekomst wordt. Ook toezicht en handhaving zijn van groot belang. Vaak is preventie beter dan toezicht en handhaving en dat geldt zeker voor zakkenrollers en fietsendiefstallen. Ze wil een soort gemeentelijk preventieproject over hoe de burgers ervoor kunnen zorgen dat hun fiets niet wordt gestolen. Bij het integrale horecabeleid is communicatie belangrijker dan regelgeving. Andere gemeenten hebben bewezen dat ondernemers samen de problemen aankunnen en de gemeente moet daarin de regie hebben. Iedereen moet gezellig kunnen uitgaan en er moet daarbij niet direct worden gedacht aan cameratoezicht of preventief fouilleren, maar aan horecaportiers. Bij verkeersoverlast is meten weten omdat meestal blijkt dat verkeersoverlast wordt veroorzaakt door moeders die de kinderen naar school brengen en hiervoor kan de gemeente fysieke maatregelen treffen. De gemeente Kampen moet de stad promoten en daarbij horen ook grote evenementen. De politie heeft beperkte capaciteit, maar het moet toch gezellig blijven en dat moet integraal worden opgepakt. Ook het jeugdbeleid heeft prioriteit.
Het aanstellen van een jongerenwerker is niet genoeg, ook hier moet de gemeente de regierol oppakken. Ten slotte moet aandacht worden besteed aan de zelfredzaamheid van de burgers.
 
De heer Spaan legt een accent bij de veiligheid op straat en in winkelgebieden ook 's avonds. Verder is de drugsgerelateerde problematiek belangrijk. De Hanzelijn kan consequenties hebben voor de veiligheid voor de Hanzelijn zelf, maar ook voor De Maten. Hier wordt meer dan gemiddeld ingebroken en er moet worden onderzocht in welke mate dit heeft te maken met de bereikbaarheid van deze wijk en wat het gevolg is als de Hanzelijn er is. Ook legt hij een accent op de Zuiderzeehaven, Veilig Wonen en leven in de binnenstad en respect voor de hulpverleners.
 
De heer Nissink merkt op dat er ’s nachts ongeveer dertig goederentreinen over de Hanzelijn zullen rijden. Hij vraagt zich af in hoeverre er kaders zijn voor de veiligheid bij het vervoer van vloeibare gassen en andere gevaarlijke stoffen. Hij vraagt naar een mogelijkheid om de droge horeca eerder te sluiten dan de natte horeca.
 
De heer Van Enk vindt voorkomen beter dan genezen, maar niet alles is te voorkomen. De portefeuillehouder moet bezuinigen, maar hij wil aan de andere kant geld beschikbaar houden. Ambitieuze doelstellingen hebben een financieel plaatje.
 
De heer Spaan zegt dat de raad geld beschikbaar stelt en keuzes maakt. De raad kan veiligheid voor burgers belangrijker vinden dan bijvoorbeeld de Hanzedagen.
 
De heer Van Enk zegt dat de doelstelling kan zijn dat er 25 aangiftes worden behandeld, maar als er dan 100 aangiftes binnenkomen en er voor 75 aangiftes geen tijd is, zal de aangiftebereidheid verminderen. Daarom moet men voorzichtig zijn met de doelstellingen en moet goed op papier staan hoe dat wordt gedaan. Er hoeven eigenlijk geen doelstellingen te zijn, alles moet worden aangepakt, dat is de enige manier om het beheersbaar te houden.
 
De heer Schutte denkt dat het beter is om bijvoorbeeld ernaar te streven het aantal woninginbraken te minimaliseren in plaats van het aantal aangiftes te maximaliseren.
 
De heer Van Enk vindt dat het niets met maximaliseren heeft te maken. Het kan niet zo zijn dat er niets met bijvoorbeeld een mishandeling wordt gedaan omdat er een andere doelstelling is.
 
De heer Schutte zegt dat dit losstaat van de op te stellen indicator.
 
De heer Van Enk zegt dat de portefeuillehouder cijfers wil gebruiken, maar hij vindt dat in principe alles moet worden behandeld. Er kan niet worden gestopt met bepaalde zaken omdat er geen tijd voor is.
 
De voorzitter zegt dat dit niet de intentie van de portefeuillehouder is. Er is beleid en er wordt gemeten waarop moet worden ingezet. Er kan dan een soort streefbeeld worden neergezet waarop beleid kan worden gemaakt. De fracties kunnen nu aangeven waar volgens hen de komende jaren de prioriteiten moeten liggen.
 
De heer Van Enk vindt dat alles moet worden aangepakt. Er moet een duidelijk beleid zijn met betrekking tot de jaarwisseling en dit moet worden gehandhaafd. Hoe meer mogelijkheden de burger krijgt voor hulpverlening, hoe gemakkelijker daarmee wordt omgesprongen waardoor zelfredzaamheid op de achtergrond raakt. Als mensen hulp vragen moeten ze duidelijk aangeven waarom ze iets niet zelf kunnen oplossen. Hij is tegen het spreiden van de sluitingstijden. Toen dit in Kampen vroeger zo was, waren er de hele nacht incidenten. Hij vraagt zich af of mensen die worden opgepakt dronken mensen of drugsgebruikers zijn, omdat ruzie meestal ontstaat als er iets is gebruikt.
 
De heer Jacobs ziet verschil tussen speed en XTC of een joint.
 
De voorzitter merkt op dat uitgaansgeweld een accent is.
 
De heer Schutte noemt de bereikbaarheid van hulpdiensten als accent.
 
Mevrouw Koster zegt dat er een brief is gekomen van het VOS en ze vindt het belangrijk dat daar de regie bij de gemeente blijft.
 
De heer Van Dam zegt dat mevrouw Van der Sloot meer preventie van drankgebruik door de jeugd wil en hij vraagt of ze 15-jarigen door de politie wil laten controleren.
 
Mevrouw Van der Sloot zegt dat de politie voor de repressie is. Ze vroeg of de gemeente een preventiebeleid wil maken. Ze bedoelt hiermee dat jeugd en ouders iets moeten leren over de effecten van drank en drugs en dat daarom voorlichting en preventie belangrijk zijn.
 
De heer Van Dam vraagt of ze vindt dat de politie jongeren mag controleren die op zondagmorgen om 4.00 uur dronken op straat lopen.
 
Mevrouw Van der Sloot zegt dat dit mag. Er is net gesproken over het project 'Meer dan een biertje' waarbij jongeren zelfs naar huis worden gebracht, maar het is beter om het te voorkomen.
 
De heer Van Dam vraagt of ze weet dat 15-jarigen niet mogen drinken.
 
De voorzitter zegt dat het niet de bedoeling is in discussie te gaan.
 
De heer Spaan vraagt zich af hoe kan worden voorkomen dat een bepaalde maatregel niet in gang wordt gezet omdat er geen budget is. Veiligheid is belangrijk en daarom wil hij hierin inzicht.
 
De voorzitter concludeert dat de heer Spaan ruimte wil houden, zodat de raad keuzes kan maken.
 
Burgemeester Koelewijn bedankt iedereen voor de input.
 
4.       Sluiting
 
De voorzitter sluit de vergadering om 21.30 uur.
 

template afbeelding